Niet de juiste zorgverlener? Dit moet je jezelf durven toegeven

Niet de juiste zorgverlener? Dit moet je jezelf durven toegeven

Er zijn van die momenten waarop je jezelf onvermijdelijk in de spiegel moet aankijken, of je nou wil of niet. Momenten waarop het witte jasje dat je draagt, niet langer voelt als een trots uniform! Het voelt als een ongemakkelijke herinnering aan verwachtingen die je niet waar kunt maken. En daar sta je dan: als zorgverlener, als broeder, als man van vlees. Met je beste bedoelingen, je kennis, je ervaring en je diepe wens om het goede te doen. Alleen… soms lukt dat dus gewoon niet.

Waarom ik soms niet de juiste zorgverlener ben

Want eerlijk is eerlijk: ik ben niet altijd de juiste zorgverlener voor een patiënt. En dat is een waarheid die in onze sector niet bepaald populair is. Alles moeten we kunnen, alles moeten we willen, alles moeten we maar vol overgave en met een glimlach blijven uitvoeren. “Keten breed opgeleid,” noemen ze dat met een prachtig woord in de opleiding. Maar niemand vertelt je erbij dat je ergens in die keten misschien niet de sterkste schakel bent. Of dat je soms zelfs helemaal niet in die specifieke schakeling thuishoort.

Ik ben goed in hectiek, in doorpakken, in situaties waar je drie stappen vooruit moet denken! Omdat je anders simpelweg de boot mist. Onvoorzienezorg, ziekenhuis, palliatieve trajecten waarin het leven in een stroomversnelling richting einde raast, ja daar functioneer ik. Ik voel me daar op mijn plek. Daar krijg ik energie van, daar kan ik het verschil maken. Maar zet mij op een afdeling waar de tijd stil lijkt te staan, waar gedrag niet te verklaren is en waar routine belangrijker is dan flexibiliteit, dan loop ik al snel vast.

Een psychogeriatrische afdeling bijvoorbeeld, met bewoners vol onbegrepen gedrag, het is een plek waar ik me keer op keer de verkeerde voel. En geloof me, ik heb het geprobeerd. Heel lang ook. Want dat is wat er van je verwacht wordt: aanpassen, doorzetten, leren, groeien. En ergens klopt dat ook wel, maar wat als je, ondanks alle moeite, iedere dienst eindigt met een bonkend hoofd, een knoop in je maag en het gevoel dat je tekortschiet?

Wanneer zorg niet meer past

Het kostte me jaren om toe te geven dat ik daar niet op mijn plek ben. Niet omdat ik niet wil zorgen, niet omdat ik geen geduld heb (al is mijn lontje soms korter dan goed voor me is), maar simpelweg omdat mijn zorgverlening leunt op afstemming. Ik lees het gezicht van mijn patiënt, ik voel aan wat nodig is, ik beweeg mee. Maar als lichaam en gedrag elkaar tegenspreken, als ik geen grip krijg op wie iemand is of wat iemand nodig heeft, dan verlies ik mezelf. Dan wordt mijn werk geen zorg meer, maar overleven.

Is dat erg? Misschien. Is het eerlijk? Absoluut. Want zorg draait niet alleen om beschikbaarheid of inzet, het draait ook om passendheid. En passend zijn betekent soms ook durven zeggen dat jij niet de juiste persoon bent voor deze situatie. Niet om weg te lopen, niet om verantwoordelijkheid te ontlopen, maar juist om ruimte te maken voor iemand die wél kan bieden wat nodig is.

Zelfkennis als onderdeel van goede zorg

Dat toegeven voelde aanvankelijk als falen, als tekortkomen, als zwakte. Tot ik besefte dat het juist kracht vraagt om je grenzen te erkennen, om niet vanuit ego maar vanuit besef te handelen. Zorg begint niet bij zelfopoffering, maar bij zelfkennis. En zelfkennis zegt mij: ik ben goed in veel dingen, maar dit stuk van de zorgketen, dat hoort niet bij mij.

Dus ja, ik draag mijn witte jas nog steeds met trots. Maar ik weet inmiddels ook wanneer ik ’m even uit moet doen, mijn handen moet opsteken en eerlijk moet zijn: deze patiënt is niet voor mij!

Oh hallo daar 👋
Het is leuk je te ontmoeten.

Meld je aan om op de hoogte te blijven van Broeder Sjuul!

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.