Mijn Boek

Dagboek van een verzorgende.

De zorg, de sector waarin gewerkt wordt met een lach en een traan. Leuke verhalen maar ook de minder leuke, het is dagelijks werk. Broeder Sjuul het alter ego van Julian Hooikaas verzorgende IG, heeft een dagboek bijgehouden over zijn werk in de zorg. Cliëntverhalen over de mooie maar ook minder mooie gedeelte van het leven. Laat je meenemen in de wereld van een verzorgende. Kom je mee in de wereld van de cliënten en hun families.

Over de auteur

Julian’s alterego broeder Sjuul is ontstaan toen hij merkte dat zijn cliënten in de zorg moeite hadden zijn naam te onthouden. Julian werd Sjuul en later kwam broeder er nog bij, omdat patiënten in het ziekenhuis vaak broeder riepen. Zijn dagboek was voor hem de uitlaatklep die nodig is in de zorg, want de ogen van de verzorging zien dingen die nooit meer vergeten worden.

Lees hier alvast een stuk uit het boek

Vandaag stierf je grote broer in mijn bijzijn. Lieve, kleine Marco. Je was amper zes, die eerste keer dat ik je zag. Je droeg een blauwe tuinbroek, kwam op mij afgestormd met je blokkendoos en zei: ‘U bent de dokter die Marijn beter komt maken, toch?’ Kijkend naar zijn hoopvolle gezichtje, vroeg ik me af of en hoe ik moest gaan uitleggen dat Marijn op zijn zeventiende ging overlijden aan leukemie. Dat ik er alleen maar was om de laatste drie maanden voor hem te kunnen zorgen. Niet alleen natuurlijk, maar samen met collega’s.

Ik plofte op mijn billen bij zijn speelkleed en vroeg of hij soldaatjes had. Zijn ouders keken mij stomverbaasd aan. Ik was er tenslotte voor Marijn. Kleine Marco kwam met zijn groene soldaatjes aangerend en ik pakte een paar blokken. Ik bouwde een muur en zette er vijfentwintig poppetjes neer. Waarom vijfentwintig? Geen idee, ik hou van dat getal. Doe het keer vier en je hebt honderd. Aan de andere kant van de muur legde ik twee grote knikkers.

‘Kijk, Marco, dit zijn de soldaten van je broer, vijfentwintig hele sterke soldaatjes. Zij vechten om je broer gezond te houden, ze spelen oorlogje. En deze twee, dat is de ziekte van je broer. En deze muur? Dat is het lijf van je broer. Als je deze ziekte krijgt, dan komen die twee knikkers door de muur binnen, de soldaten gaan vechten. Heb jij wel eens gevochten, Marco?’

Hij knikte en zei: ‘Met Mathias. Hij sloeg mijn vriendinnetje.’