Pas op bezeten!

Pas op bezeten!

Het is zes uur ’s ochtends. Mijn hoofd hangt nog in de mist van een te korte nacht, m’n koffiebeker staat gevaarlijk dicht bij het randje van de tafel en mijn autosleutels liggen alweer onvindbaar ergens tussen de papieren op mijn bureau en de weekplanning. Maar geen tijd voor gedoe, ik moet naar mevrouw Van Gils. En mevrouw Van Gils heeft een medicijnklok.

Een nieuwe. Een hypermoderne. Een “slimme dispenser”, zeggen ze dan, terwijl je hem op moet starten met een handleiding van 84 pagina’s, inclusief USB-kabel.

Bij binnenkomst ruikt het verdacht naar gemalen paracetamol en wanhoop. Mevrouw Van Gils zit op de bank, gewikkeld in een fleece dekentje met op haar schoot een plastic bakje… vol pillen. “Hij heeft weer gekotst, jongen,” zegt ze, terwijl ze met een soeplepel een witte pil van de grond probeert te vissen.

Ik draai mijn hoofd richting de boosdoener: het medicijnklok. Een klein, apparaat dat op een onschuldige kist lijkt, maar zich vandaag gedraagt als een bezeten doos. Iedere 10 seconden schiet er een zakje of een losse pil uit. Niet in het bakje. Al haar pillen liggen op de grond en over de kast.

Ik probeer op professionele toon te blijven: “Goedemorgen, ik kom even kijken naar uw medicatieklok.” Terwijl ik dat zeg, spuwt het apparaat met een satanisch ‘BEEP’ drie roze capsules mijn kant op. Eén belandt in het bakje. De andere twee verdwijnen achter de kast.

“Ik denk dat ‘ie overspannen is,” zegt mevrouw Van Gils droog.

Ik buk om het snoer te checken, net op het moment dat het apparaat een medicijn zakje uitspuugt of het een soort maler is. Een hoog piepend geluid komt er uit de klok.

“Misschien is het de software?” stel ik voor, terwijl ik met een tissue de tabletten van mijn schoen schraap. “Misschien is het de duivel,” bromt mevrouw Van Gils, die inmiddels met haar rollator achter het apparaat is gaan staan. “Als ik het zo zie, lijkt het meer op Norovirus dan op technologie.”

Ik bel de klantenservice. Ze nemen niet op, natuurlijk niet. Dus ik doe wat elke doorgewinterde zorgverlener doet in crisistijd: ik haal de stekker eruit en hoop op een wonder.

Stilte.

En dan, ineens, een diepe gorgel en een laatste KLENG, alsof het apparaat zijn ziel uitbraakt, gevolgd door een eenzame vitamine D-tablet die in het bakje valt .

Triomfantelijk kijkt mevrouw Van Gils me aan. “Nou, d’r zit wel vooruitgang in.”

Ik plak een post-it op het apparaat: “NIET AANZETTEN. BEZETEN.” en laat een handgeschreven schema voor de komende twee dagen achter. Pillen handmatig, zoals in de goeie ouwe tijd. Mevrouw Van Gils knikt goedkeurend. “Jij bent tenminste nog geen robot.”

Op de fiets naar mijn volgende cliënt vraag ik me af hoeveel subsidie deze pillenspugende duivelsdoos heeft gekost. En of ik straks ook vervangen word door een broederrobot die bij iedere valpartij in foutcode schiet.

Maar goed, eerst koffie. Met een paracetamol. Die ik handmatig slik, zonder hysterische piep of projectielbraaksel.

Oh hallo daar 👋
Het is leuk je te ontmoeten.

Meld je aan om op de hoogte te blijven van Broeder Sjuul!

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.