Categorie: Palliatieve thuiszorg

EWS, ALTIS, ABCDE, SBAR

Eén week of twee geleden ging mijn telefoon, ik verwachtte het telefoontje al. Een ziekenhuis in Noord-Holland zou contact met mij opnemen om te screenen of ik de juiste ben voor de afdeling. Wat begon als een goed gesprek deed me achteraf erg verbazen. De verpleegkundige aan de andere kant van de lijn vraagt mij…
Lees verder

white and gray digital device

Palliatief en terminaal

Het is nog niet zo lang geleden dat ik aan het bed stond van palliatief/terminale mensen zonder het verschil echt te kennen tussen deze twee begrippen, ik ben niet alwetend en al gedraag ik me wel soms zo dat is een schild van onzekerheid. Toch merk ik dat er soms nog wat onduidelijkheid ontstaat over het zorgen voor iemands stervende vader, moeder, broertje, zusje, opa, oma, oom of tante.

man wearing blue scrub suit and mask sitting on bench

Het IJskonijn

Zorgverleners kennen mij als het ijskonijn, ik maak soms hele harde grappen die eigenlijk nog maar net kunnen. Ik kan ijskoud en zonder enig greintje gevoel naar een patiënt kijken. Ik kan mijn werk doen zonder dat ik daarbij word gestuurd door een mening, gevoel of andere factoren. Een ijskoude klinische blik, waardoor ik de constante stroom van ziektes, dood, verdriet, pijn en andere nare gewaarwordingen aan kan. Ik maak soms gekscherend de opmerking dat ik geen hart heb maar een vakje waar ik mijn autosleutels in op kan bergen.

Bijscholing

Iedere zorgverlener kent het wel, het begrip bijscholing. We moeten weer de schoolbanken in om onze voorbehouden handelingen te toetsen. Voor mij? Het meest verschrikkelijke wat je me aan kan doen, maar braaf zit ik er door het jaar heen tweeëndertig keer.

Grafkanker

“Grafkanker pleuriszooi” mijn patiënt is gefrustreerd en slaat met zijn hand tegen de deur. Resultaat? Kapotte klauw en een gat in de deur.

Niet springen op het waterbed

Vannacht zit ik naast het bed van Nelly, een honderd plusser die deze week te horen heeft gekregen dat ze mij en vele Nederlanders niet gaat overleven. Het bijzondere van mijn vak is dat je veel kan vragen, zeggen en doen.

Het lijkt wel oorlog

Ik zit aan het bed van mijn tachtigjarige dementerende cliënt, samen kijken we wat televisie. Het gebeurt vaker dat ik samen met mijn cliënten naar programma’s kijk.

Einde komt nabij.

Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan. Dat tegeltje hangt bij Josefien in het toilet, het schetst haar situatie.