Wild west in het loonse land.

Wild west in het loonse land.

Ja, uuhm waar zal ik is beginnen? Voor de collega’s die me intussen een beetje kennen, ik heb ’s nachts altijd wel wat. Dat wil zeggen, mijn patiënten hebben altijd wel iets, en ik dus automatisch ook. Ik heb een reeks van vijf nachten, ja dames en heren ik draai vijf nachten op. Maar goed, de eerste nacht was rustig en de nacht erna begon het ge-etter al. Iemand gevallen en met een gebroken heup kop naar het ziekenhuis, nacht twee hetzelfde geintje omdat mw. nadat ze zich verslikt had en ze een knapje in het hoofd had gevoeld. Maar dat is nu niet belangrijk, want nacht drie werd het pas echt mooi. Voor het eerst sinds tijden had ik de politie nodig.

Ik zit met mijn collega buiten te paffen, dat doen we ’s nachts… Peukies roken en bellen lopen toch? Tenminste dat denkt de dagdienst vaak. Maar goed wij zitten daar een beetje te kletsen loopt daar een jongetje van een jaar of 16 misschien net 17 en een meisje in de zelfde leeftijdscategorie. “Heey heren, lekker werken whahahahaha.” klinkt het dronken gebral uit dat jochie… Maar ze lopen verder, gelukkig!

Nummer 3

Anderhalve minuut later zie ik er nog één aankomen, deze is wat langer, hij struikelt bijna over zijn eigen voeten heen zo dronken is hij. In tegenstelling tot die andere twee komt deze wel recht op ons aflopen, twee meter van ons af staat hij stil en vraagt of hier twee mensen langsgelopen zijn. Dat beaam ik natuurlijk en wijs in de richting waar ze heen gingen. Ja ik heb mezelf ook echt wel bedacht dat dit niet de handigste zet was om kwart over twaalf ’s nachts. Maar goed ik ga er nog steeds niet vanuit dat iedereen messen of geweren op zak heeft.

Achter mij hoor ik een hoop herrie, een meisjes stem die gilt: “Hij heeft een auto open gebroken.” bij mij gaan nu alle alarmbellen af, ik sta op en kijk om een hoekje hoe het meisje naar de lange jongen rent. Wild gebarend, het kleine jongetje komt er achteraan rennen met iets in zijn handen en hij schreeuwt: “Er ligt er nog zo één in die auto.”

Inmiddels hing ik natuurlijk met 112 aan de lijn.

112:112 alarmcentrale wilt u politie, brandweer of ambulance
Sjuul:Politie!
112: Wat is de plek van het noodgeval?
Sjuul:Tussen het verpleeghuis in *plaatsnaam* en het busstation ligt een parkeerplaats, daar lopen 3 personen overheen richting de paralel lopende straat aan het adres wat zojuist is gegeven. Vermoedelijk gaat het om een auto inbraak, een van de personen heeft iets vast en zegt dat er nog meer in de auto ligt.
112:Heeft u zicht op deze personen?
Sjuul: Het meisje blijft op de hoek staan, twee heren ben ik uit het oog verloren.
112:Kunt u me vertellen om wat voor voertuig het gaat?
Sjuul:De enige voertuigen die ik vanaf hier kan zien zijn de voertuigen op de parkeerplaats. Grijze Mini,
112:Er komt een auto jullie kant op, kun je ze nog zien?
Sjuul: Ja ze komen terug, lange jonge heeft iets met een stekker in zijn handen, kleintje een tas.
112:De politie is er met 30 seconden.
Sjuul:Dankjewel, werkze!
112:Jij ook!
* Klik *

Ik kijk naar buiten en zie de lange jongen achter de bosjes duiken op ons terrein, niet in de dienst van Sjuul, dus ik loop stampvoetend naar de nooddeur en klap deze open, de jongen gaat op de loop en ik zie de politie aankomen rijden. Voor mij ligt een tas, een wel heel bekende tas namelijk een PAX tas. Voor wie nog nooit EHBO of op de ambulance heeft gewerkt? Dit zijn die blauwe, rode of gele tassen waar van alles aan medische spullen in zit.
Op de tas staat “Fire Rescue” er ligt wat verband naast, een flacon NaCl 0,9% en wat andere inhoud. Van de jongens en het meisje is geen enkel spoor meer. Nu staan beide collega’s waar ik dienst mee heb achter me, samen hebben we gewacht op de politie die eerst vakkundig alle voertuigen op de parkeerplaats nakijken.

De hond.


De politie geeft aan dat ze een hond laten komen om te gaan spoorzoeken. Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog nooit een hond aan het werk heb gezien. Maar ook vandaag komt daar geen verandering in, want ik vertrek naar binnen, om weer gewoon mijn werk te gaan doen. Eén ding is zeker, wij roken nu op het dakterras. Tijdens de koffie bedenken mijn collega en ik een theorie waar die tas vandaan kan komen. Aan de parkeerplaats zit een soort detacheringsbureau en een thuiszorg. Wat als ze daar het raam ingegooid hebben, wij erop af, de tas is al weg en ik loop een stukje richting die plek.


Aan het begin van de straat die parallel loopt aan de onze staat de politie auto, bij een andere auto. Ik loop terug en vanuit mijn ooghoek denk ik de lange jongen en het meisje te zien, maar het is donker en ze passeren de agenten. Ze zouden toch niet zo stom zijn? Achteraf gezegd: “Ja dat waren ze.”
Mijn klim naar drie hoog begint, tijd voor een sigaretje. Ik weet inmiddels dat de tas van een lid van de brandweer is, en het enige wat hij nu zegt te missen is zijn huissleutel. Ik kan het slecht loslaten, ik wil het niet op mijn geweten hebben dat ze dalijk naast zijn bed staan. Op het balkon hebben we het er nog eens over, we spraken over wat er nu allemaal is gebeurt.


De intercom met Jaap van de politie.


De telefoon gaat: “Met Sjuul voor wie kan ik de deur open doen?” Het is jaap van de politie die nu aan de intercom staat. Hij heeft twee mensen staande gehouden, ook weer laten gaan overigens, tegelijkertijd zie ik ze lopen. Ik roep door de intercom dat ze aan de achterkant zijn. Jaap springt zijn auto in en met piepende banden komt hij de hoek om, het is toch net een slechte B film, op de hoek van de straat stopt de auto. Ik hoor een klap, een auto deur dicht gaan en het enige wat ik kon denken was: “Hij is neer gemept en de lange jongen is gaan joyrijden met de wouten auto,” wouten auto is de politie auto maar zoals ‘flikken’ is ‘wout’ een scheldnaam voor de politie.


Op mijn mobiel krijg ik 321 Nachtdienst te zien, ik neem op en ze zegt: “Hebben jullie dat gezien?” Achteraf bleek dat de lange jongen op een auto is gesprongen en de benen heeft genomen. De auto is beschadigd, en zwaar ook volgens mij, maar wij hebben eerste rang gezeten bij: “de drie kinderen op de vlucht voor de politie,” ik voel een soort nieuw stripboek aankomen: “De avonturen van broeder Sjuul”


Getuigenverklaring


We hebben natuurlijk een getuigenverklaring gegeven, want ja als oom agent dat vraagt? Ja dan doe ik dat natuurlijk heel erg braaf, maar of wij ooit te horen krijgen hoe het is afgelopen? Dat betwijfel ik! Om half vijf sloot ik de deuren achter de agenten en kon ons gewone werk weer van start.

Broeder Sjuul
Broeder Sjuul

Ik ben Julian Hooikaas, 23 jaar oud en werkzaam in de zorg. Ik schrijf de leuke maar ook de minder leuke gebeurtenissen in mijn vak op. Je leest ze hier voor mij is het een uitlaat klep en mijn steun en toeverlaat af en toe.